YiP-vrijwilliger Sjoerd Sloetjes is voor een jaar naar Malawi vertrokken om de mogelijkheden te onderzoeken om ook in dit Afrikaanse land een YiP-project op te starten. In deze periode doet hij regelmatig verslag van zijn bevindingen, avonturen en vorderingen.
Dit is deel 1
Halloooo
Jep, het grote avontuur is begonnen. Na een gigantische kutreis waarin het hele vliegtuig acht uur lang werd geterroriseerd door een tweeling die maar niet wilde stoppen met janken (lees: schreeuwen!) ben ik aangekomen op de plaats van bestemming: Mabuya Camp, Lilongwe, Malawi. De hele reis had ik last van een onstoken gedeelte achter in mijn mond, omdat mijn verstandskies boven in doorgroeit en mijn onderkaak inboort als ik op elkaar bijt. Maar hey, Doxicicline heeft dat gewoon opgelost! Nu kan ik rustig op zoek naar een goede tandarts die hem eruit wil trekken.
Als je een beeld van ’small town Africa’ hebt dan is dat echt waar ik uithang nu. Wat een verschil met Zuid-Afrika! Ik was gister echt afgepeigerd (en ziek) maar later in de middag kwam mijn energie terug en ben ik samen met een Canadees de markt op gegaan. Waar je in Zuid-Afrika altijd op je hoede bent op dit soort plekken, is dat hier wel anders. Mensen lieten ons gewoon onze gang gaan. Ze vonden het wel vreemd dat we als enige blanke over de markt liepen (waarom zou je ook want we hebben geld genoeg voor de supermarkt?) maar waren vooral op een niet vervelende manier heel aardig en behulpzaam. Voor tien kwacha koop je zakjes gin die je mixt met je tonic terwijl je bij een frituur staat te wachten op je patat. De frituur is een in elkaar geknutseld metalen tafeltje met een soort diepe schaal in het midden waaronder een vuurtje brand dat de olie in de schaal verhit. De patat kregen we niet op een bordje maar hebben we meteen vanaf de metalen frituurtafel genuttigd en de patat doop je simpel in een schaaltje met zout om er smaak aan te geven terwijl je zo nu en dan de vliegen probeert weg te slaan. Alles, maar dan ook echt alles, word op de grond gegooid en het kost niet veel moeite om die gewoonte over te nemen. Dit betekent echter wel dat je met je poten in de bagger staat terwijl de zwoele lucht van rottend afval en zonverwarmde urine je neusgaten verwend. Af en toe kwam er een door een megafoon prekende, dronken uitziende malawiaanse dominee(?) langs waar niemand echt aandacht aan besteedde. Erg inspirerend, vooral omdat we geen fuck verstaan van de taal. Daarna zijn we gaan rondbanjeren over de kledingmarkt waar je voor een prikkie je eigen kleding (door de hulp van humanitas neem ik aan) kunt terug kopen.
Het is raar want iedereen heeft hier wel een handeltje, maar geen van de handeltjes lijkt echt lucratief. Aangezien ik ongeveer mijn hele klerenkast (waarvan ik nu weet dat die 16 kilo woog) in mijn tas heb zitten had ik niets nodig en dus zijn we maar terug gelopen onder het genot van een gekookt ei, wat we hadden gekocht van een gast die dat als handeltje had. En ook echt alleen dat…
Ik denk dat ik het hier wel naar mijn zin ga hebben. Al knijp ik hem nog steeds fucking hard voor het project, want tja zoiets in een andere cultuur maakt je toch redelijk onzeker…